Interview met Suus Boef – van der Meulen, 50 jaar geleden benoemd als wethouder

Door Wendy Tieman op 12 juni 2023

“Ik voelde me niet echt een politicus. Ik ben altijd meer een onderzoeker geweest.”

Suus Boef (vrouw met grijs haar) lachend voor een kast met boeken en spulletjes.

Suus Boef

Vandaag , 12 juni 2023, is het exact 50 jaar geleden dat Suus Boef – van der Meulen benoemd werd als wethouder namens de PvdA in Capelle aan den IJssel. Ze was daarmee de tweede vrouwelijke wethouder in Capelle aan den IJssel. Alie Leusink was in 1939 namens de SDAP de eerste vrouwelijke wethouder. De huidige fractievoorzitter van de PvdA Capelle, Wendy Tieman, zocht Suus Boef op en sprak met haar uitvoerig over haar tijd in de Capelse politiek.

In 1970 stond u op de 16 e plek op de kieslijst van de PvdA, vervolgens werd u in 1973 wethouder, hoe is dat zo gelopen?

 

Er was een conflict binnen de PvdA. De twee PvdA wethouders Heuvelman en Jettinghoff hadden niet langer de steun van de fractie. Enerzijds was het nog spannend of er überhaupt nog een PvdA wethouder zou terugkeren. Sommige raadsleden wilden namelijk oud-wethouder Heuvelman terug, maar dan als onafhankelijke kandidaat. Anderzijds, omdat de raadsperiode nog maar 1 jaar en 3 maanden zou duren, wilde er eigenlijk niemand binnen de PvdA. Toen kwam ik in beeld. Ik had destijds geen vaste baan, die ik op hoefde te zeggen. Door het rapport ‘Capelle doorgelicht’ dat ik eerder had geschreven en een werkgroep van Man-Vrouw-Maatschappij waarin ik actief was, had ik al enige bekendheid. Maar politieke ervaring had ik dus in het geheel niet. Door de steun van de CCP – de combinatie christelijke partijen – werd ik uiteindelijk tot wethouder benoemd.

Het rapport ‘Capelle doorgelicht’ zegt u, wat was dat?

Mijn man en ik hadden in Amsterdam gestudeerd. In de jaren zestig kreeg mijn man een baan bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, toen nog de Nederlandse Economische Hogeschool geheten. Wij verhuisden toen naar Capelle aan den IJssel. Voor het opbouworgaan ‘Stichting Capelse gemeenschap’ heb ik in die tijd een enquête gehouden om te achterhalen wat nieuwe Capellenaren van Capelle vonden. Welke voorzieningen ze misten bijvoorbeeld. Je moet je voorstellen, Capelle was toen een groeikern.

En die werkgroep van Man-Vrouw-Maatschappij? Wat deed u daarvoor?

Toen mijn oudste zoon van de kleuterschool naar de lagere school ging – dat was destijds nog gescheiden en je moest dan een keuze maken voor een lagere school – heb ik samen met een groep andere moeders onderzoek gedaan naar de Capelse lagere scholen. We wilden meer voorlichting over het onderwijs. Meer zeggenschap voor ouders. We probeerden te achterhalen wat de verschillen tussen de verschillende scholen waren. Daar is een boekje ‘Daantje zou naar school toe gaan’ uit voort gekomen en later het tijdschrift ‘Daantje’ dat we in de periode 1972-1974 hebben gemaakt. Vanuit die werkgroep zijn later de eerste peuterspeelzaal, de Montessorischool Capelle en het kinderdagverblijf Kapoentje ontstaan.

U was dus al aardig ingevoerd in de Capelse samenleving toen u wethouder werd?

Ja, voor Onderwijs gold dat wel. Daarnaast kreeg ik ook de portefeuilles Sociale Zaken en Huisvesting. Daar was ik aanvankelijk minder in thuis. Maar de ambtenaren hebben me geweldig geholpen. Dhr. Hekel, directeur van de sociale dienst en dhr. Eissen van onderwijs, daar heb ik veel van geleerd. En ook mijn collega-wethouder Benard van de SGP heeft me aardig op weg geholpen. Voor onderwijs was het belangrijkste dossier de samenwerkingsschool, maar dat kwam helaas niet van de grond. Daarnaast ben ik uiteindelijk vooral bezig geweest met sociale zaken. Als wethouder had ik q.q. allerlei andere functies als bestuurslid van het bejaardenhuis de Roo van Capelle, in het college voor verlening van bijstand en de sociale werkplaats. Zo werd in die tijd bijvoorbeeld het Van Cappellenhuis, een oude mannen- en vrouwenhuis, gesloten en verhuisde de bejaarde bewoners naar de Roo van Capelle. O ja, voor onderwijs heb ik nog wel zelf een beleidsnota geschreven. Nu was dat eigenlijk ook weer niet echt de bedoeling, dat je dat als wethouder zelf deed.

Een samenwerkingsschool die niet van de grond kwam. Hoe zat dat precies?

Op het Slotplein stonden twee noodgebouwen voor scholen, gescheiden door een hek: één voor het openbaar ZMLK (zeer moeilijk lerende kinderen) en één voor het christelijke ZMLK. De openbare school had te weinig leerlingen en dreigde opgeheven te worden. Als wethouder heb ik geprobeerd hen er toe te brengen om een samenwerkingsschool te vormen. In het land waren daar al goede ervaringen mee opgedaan. Alle bestuurders werden opgetrommeld, maar helaas is het niet gelukt. De christelijke school was niet tot samenwerking bereid. Uiteindelijk moest de openbare school opgeheven worden. Ik heb toen gezien hoe verzuiling in het onderwijs werkt en ben daardoor steedsmeer voorstander geworden van openbaar onderwijs.

In de jaren zeventig was het wellicht toch wel bijzonder dat u als moeder van twee jonge kinderen, zo’n drukke baan had. Was het lastig als vrouw?

Dat ik een vrouw was, was eigenlijk geen probleem. We hadden het ook goed geregeld. Mijn man werkte veel thuis. Het was juist wel leuk dat de jongens vaker naar hem toekwamen. Ik herinner me nog wel dat mijn oudste zoon, die toen 8 jaar was, een keer van ons huis aan de Merellaan naar het Stadhuis – toen gevestigd aan het Slotplein – kwam lopen, omdat hij vond dat de B&W-vergadering te lang duurde. Dat was wel ontroerend.

Een ruim jaar in de politiek is natuurlijk zo om. Toen kwamen de verkiezingen van 1974. Als wethouder lag het wellicht voor de hand dat u lijsttrekker werd?

Dat is mij inderdaad ook voorgesteld. Maar ik wilde het zelf niet. Ik voelde me niet echt een politicus. Ik ben altijd meer een sociaal onderzoeker geweest. De samenwerking in het college was ook niet sterk. De samenwerking tussen de verschillende partijen liet te wensen over. Ik wilde liever de gemeenteraad in. Helaas liep het anders. Na een paar maanden heb ik besloten om ook als raadslid te stoppen. Ik was het niet eens met de lijn die gekozen werd in de fractie rondom de benoeming van de nieuwe wethouders.

Wat jammer dat uw politieke carrière op deze manier ten einde kwam.

Ach, ik ben wel content met hoe het gelopen is. Ik heb er wat van opgestoken. Ik heb met leuke mensen gewerkt en ik heb er vervolgens weer leuk werk door gekregen. Ik werd – mede door mijn ervaring als wethouder – gevraagd voor het begeleidingscollege van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat toen opgericht werd. Daar ben ik uiteindelijk gaan werken als onderzoeker. Dat sloot heel goed aan op mijn opleiding sociale geografie. Ik heb er met veel plezier tot mijn pensioen gewerkt.

Heeft u tot slot wellicht nog een leuke anekdote uit uw tijd in de Capelse politiek?

Bij een van de besturen waar ik in zat, kregen alle leden van de vice-voorzitter een doosje bonbons mee voor hun echtgenotes omdat ze hun echtgenoot zo vaak moesten missen voor de
vergaderingen. Toen kreeg ik ook bonbons en zei dus: “Die zijn voor mijn man”. Waarop de vice-voorzitter zei: “Nee, die zijn voor u”. Hij begreep het echt niet.

 

Wendy Tieman

Wendy Tieman

Wie ben je? Wat is je achtergrond? Ik ben pedagoog en heb ruim twintig jaar in de wetenschap gewerkt. Ik woonde van 1979 tot 1985 op de Oude Plaats (Middelwatering) en woon sinds 2002 met mijn partner en kinderen in de Oostgaarde. Waarom ben je de lokale politiek ingegaan? De lokale politiek was voor mij

Meer over Wendy Tieman